Nederlandse digitale economie groeit verder, maar verschillen tussen digitalisering en digitale sector nemen toe
AI stuwt cloudgroei en digitalisering
Digitalisering blijft de sterkste groeimotor van de Nederlandse digitale economie. De zakelijke uitgaven aan publieke cloud stegen naar circa € 2,9 miljard, een groei van 16,5% ten opzichte van een jaar eerder. Vooral Infrastructure-as-a-Service (IaaS) profiteerde van de groeiende vraag naar AI-gerelateerde toepassingen en groeide naar ruim € 1 miljard.
Ook het aantal ICT-beroepen bereikte een nieuw recordniveau van 586.000 werkenden (+2,3% j-o-j). AI ontwikkelt zich daarbij steeds nadrukkelijker van experimentele technologie naar een structureel onderdeel van bedrijfsprocessen. Organisaties investeren niet alleen in AI-oplossingen, maar ook in de cloud- en data-infrastructuur die daarvoor noodzakelijk is.
Economische groei, maar minder werkgelegenheid
De digitale sector laat een opvallend gemengd beeld zien. De toegevoegde waarde groeide met 2,8% naar € 10,7 miljard en presteerde daarmee beter dan de Nederlandse economie als geheel. Tegelijkertijd daalde de werkgelegenheid met 4,2% naar circa 367.000 werkzame personen.
Deze combinatie van economische groei en afnemende werkgelegenheid wijst op een nieuwe fase in de ontwikkeling van de sector. AI, automatisering, cloudplatformen en standaardisatie maken het mogelijk om meer economische waarde te creëren met minder inzet van personeel. Daarmee lijkt de digitale sector één van de eerste sectoren te zijn waarin de productiviteitseffecten van AI daadwerkelijk zichtbaar worden.
Infrastructuur groeit, maar fysieke grenzen worden bepalender
De digitale infrastructuur bleef zich ontwikkelen, maar loopt steeds vaker tegen fysieke beperkingen aan. Het uitgaande dataverkeer via AMS-IX groeide met 5,1% naar 9,23 exabyte, terwijl de Nederlandse colocatie-datacentermarkt uitkwam op 921 MW operationeel IT-vermogen, eveneens een groei van ruim 5%.
Tegelijkertijd blijven netcongestie, vergunningprocedures en internationale concurrentie belangrijke uitdagingen voor verdere uitbreiding van digitale infrastructuur. De snelle groei van AI vergroot de vraag naar rekenkracht en datacentercapaciteit verder, waardoor energievoorziening en uitvoeringskracht steeds bepalender worden voor de toekomstige ontwikkeling van de sector.
Digitale weerbaarheid en soevereiniteit centraal
Naast AI stonden ook digitale weerbaarheid en digitale soevereiniteit hoog op de agenda. Grote cyberincidenten bij onder meer Odido en ChipSoft onderstreepten de maatschappelijke afhankelijkheid van digitale systemen. Daarnaast kreeg de Nationale Digitaliseringsstrategie verder vorm en verschoof het debat over digitale autonomie steeds nadrukkelijker naar praktische keuzes rond cloud, data en AI-infrastructuur.
Kerncijfers uit de kwartaalmonitor Q1 2026
Digitale Economie Index Nederland (DEIN): Gedaald naar 116 punten (-1 ten opzichte van Q4 2025).
Digitalisering: Cloud-uitgaven bereikten € 2,9 miljard (+16,5% j-o-j). Het aantal ICT-beroepen groeide naar 586.000 werkenden (+2,3%).
Digitale Sector: Toegevoegde waarde steeg met 2,8% naar € 10,7 miljard. Werkgelegenheid daalde met 4,2% naar circa 367.000 werkzame personen.
Digitale Infrastructuur: Datacentercapaciteit steeg naar 921 MW IT-vermogen (+5,1% j-o-j). AMS-IX dataverkeer groeide naar 9,23 exabyte (+5,1%).
Security: Toenemende complexiteit van cyberdreigingen en verdere invoering van nieuwe cybersecuritywetgeving vergroten het belang van digitale weerbaarheid.
Over de Kwartaalmonitor Digitale Economie
De monitor is samengesteld door onafhankelijk onderzoeksbureau Pb7 Research en wordt mogelijk gemaakt door de Dutch Cloud Community, Dutch Data Center Association en Rabobank. De monitor biedt elk kwartaal een vinger aan de pols van de prestaties en ontwikkelingen binnen de Nederlandse digitale economie op basis van publieke bronnen en eigen data.


