Met de komst van de Nederlandse Digitale Dienst (NDD) wil het kabinet meer regie nemen over de digitale infrastructuur van de overheid. De nieuwe dienst moet een einde maken aan de versnipperde IT-inkoop en de vele losse oplossingen die de afgelopen jaren zijn ontstaan. Door centrale aansturing vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) moet de overheid sneller, efficiënter en minder afhankelijk van individuele leveranciers kunnen opereren.
Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is het anders organiseren van grote IT-projecten. Projecten worden opgeknipt in kleinere onderdelen, waardoor ook Nederlandse en Europese mkb-bedrijven beter kunnen meedingen naar overheidsopdrachten. Daarnaast worden grote IT-investeringen vooraf getoetst aan centrale IT-standaarden voordat financiering wordt verstrekt. Ook wil het Rijk meer eigen IT-expertise opbouwen, zodat de afhankelijkheid van externe partijen afneemt.
Van beleid naar uitvoering
Volgens ons ligt hier een uitgelezen kans om digitale autonomie daadwerkelijk in de praktijk te brengen. De Nederlandse Digitale Dienst zou daarom niet alleen een regierol moeten krijgen, maar ook snel concrete stappen moeten zetten.
Een belangrijke aanbeveling is om binnen zes maanden een rijksbrede raamovereenkomst voor soevereine clouddiensten op te zetten. Daarbij gaat het nadrukkelijk niet om één leverancier, maar om een raamcontract waarin meerdere Nederlandse en Europese aanbieders worden toegelaten. Rijksorganisaties kunnen vervolgens eenvoudig gebruikmaken van deze vooraf geselecteerde diensten.
Zo ontstaat een voorspelbare vraag vanuit de overheid én beschikken inkopers direct over betrouwbare alternatieven. Het argument dat er geen geschikt Europees alternatief beschikbaar is, gaat daarmee steeds minder op.
Een realistisch perspectief
Digitale autonomie vraagt bovendien om een lange adem. Een succesvolle transitie is niet binnen enkele maanden gerealiseerd en vraagt om politieke continuïteit.
Daarom pleit Dutch Cloud Community voor een eerlijk verhaal richting de Tweede Kamer. Een overstap naar meer Nederlandse en Europese cloudoplossingen betekent dat bestaande en nieuwe systemen de komende drie tot vijf jaar naast elkaar zullen draaien. Op de korte termijn brengt dat extra investeringen met zich mee, terwijl de voordelen, zoals lagere licentiekosten en minder afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers, zich pas op langere termijn volledig uitbetalen.
Ook zal voor sommige specialistische toepassingen, zoals specifieke vaksoftware en bepaalde AI-oplossingen, voorlopig nog een hybride aanpak noodzakelijk blijven omdat Europese alternatieven zich nog verder moeten ontwikkelen.
Juist door deze realiteit vanaf het begin te erkennen, ontstaat een duurzame strategie die politieke wisselingen kan doorstaan. Alleen dan kan de Nederlandse Digitale Dienst uitgroeien tot de regisseur die de digitale overheid toekomstbestendig maakt.


