Dutch Cloud Community is teleurgesteld over het nieuws dat de Belastingdienst, de Douane en de Dienst Toeslagen ervoor hebben gekozen hun IT onder te brengen in de cloud van Microsoft.
Of er daadwerkelijk gezocht is naar alternatieven, weten we niet. NRC meldt dat het eerste jaar eigenlijk al vooraf betaald was ; dan was er waarschijnlijk niet veel meer te kiezen. We vragen ons echter af hoe er gezocht is en op basis waarvan. Als het de welbekende werkwijze was waarbij alleen met Microsoft 365 is vergeleken, dan is er feitelijk geen echte zoektocht geweest.
De dienst maakt met dit besluit een opmerkelijk statement. Het valt op in een periode waarin de overheid de strategische keuze heeft gemaakt om minder afhankelijk te worden van niet-Europese providers. Enkele weken nadat de NDS-raad is geïnstalleerd, op een moment dat er over de ministeries heen momentum ontstaat om serieus werk te maken van soevereine, autonome oplossingen. En op het moment waarop politiek en overheid zich buigen over de geopolitieke risico’s van afhankelijkheid.
Juist in deze context kiest de Belastingdienst ervoor om, tegen de stroom in, opnieuw de Amerikaanse cloud in te duiken!
“Ja, maar de data blijft in Europa staan,” zegt de staatssecretaris. De data wordt “verwerkt en opgeslagen in datacenters van Microsoft die binnen de Europese Economische Ruimte (EER) staan.” Wetende dat dit onderscheid voor de Amerikaanse CLOUD Act niet relevant is: zolang de data wordt opgeslagen en verwerkt door een Amerikaans bedrijf, is de Amerikaanse wetgeving namelijk van toepassing.
Belastinggegevens en afspraken behoren tot de meest privacygevoelige data die er zijn. Het gaat hier om informatie van burgers en bedrijven, maar ook, zoals Bert Hubert opmerkt, om afspraken tussen de Nederlandse staat en multinationals. Gegevens die je nooit op straat wilt hebben liggen.
“Dossiers van burgers en hun aangiften blijven wel op de eigen servers staan”, meldt Marloes de Koning in NRC. “Die komen alleen bij Microsoft terecht als medewerkers er met elkaar over communiceren en bestanden delen.” Moeten we ons dan gerustgesteld voelen? Je kunt dit ook lezen als: “En zodra een dossier aandacht krijgt, signaleren we dat automatisch aan de VS.” Nogmaals: dit gaat niet over triviale zaken.
“Er wordt door de Belastingdienst een realtime back-up ingericht,” schrijft de staatssecretaris om ons gerust te stellen. Alsof een back-up iets bijzonders is dat je als buitengewone maatregel inricht. Met alle respect: wij mogen hopen dat de data van de Belastingdienst te allen tijde op adequate wijze wordt geback-upt, of het nu in een eigen datacenter staat, bij een Nederlandse leverancier, of in een Amerikaanse cloud. Dat is de basis.
Onze teleurstelling zit in meerdere aspecten van dit besluit:
- Het gebrek aan transparantie
- Welke alternatieven zijn onderzocht? Met wie?
- Was er echt geen optie die meer privacy kon bieden?
- Maar ook in het gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel bij een dienst die zo’n cruciale rol speelt in de Nederlandse maatschappij en economie.
Als data van de Belastingdienst naar het buitenland lekt, kan dat enorme gevolgen hebben. Als Microsoft bijvoorbeeld door sancties van de Amerikaanse president de dienstverlening aan ons land moet stopzetten, is dat ronduit catastrofaal. De brief van de staatssecretaris benoemt wel een exitstrategie bij nood en de mogelijkheid om op termijn een andere keuze te maken. Dan vraag je je toch af waarom nu juist gekozen is voor de oplossing met de sterkste lock-in, waarbij exit bijna onmogelijk, of in elk geval zeer kostbaar zal zijn.
- Verdient een dienst die zo cruciaal is voor ons land niet meer aandacht dan dit?
- Waren de vele moties in de Tweede Kamer dit jaar dan voor niets?
- Heeft de Nationale Digitaliseringsstrategie, waar onze regering zo trots op is, nog enige betekenis als zulke belangrijke diensten deze zo makkelijk naast zich neerleggen of zelfs volledig negeren?
De toon van de brief van de staatssecretaris aan de Kamer is er een van berusting. “Het is niet anders,” lijkt de bewindsman te zeggen. Wij denken, als burgers én als vertegenwoordigers van de Nederlandse internetsector, dat zowel de diensten als de regering wel erg nonchalant omgaan met de autonomie van ons land.
Helaas zien wij een herkenbaar patroon.
Enerzijds roept de overheid dat autonomie topprioriteit is. Maar zodra het op handelen aankomt, valt men toch weer terug in oude, vertrouwde patronen.
Ons land verdient beter dan dit!


