Op 6 oktober was er op Radio 1 een gesprek over het recente onderzoek van de Nederlandse kinderrechtenorganisatie Terre des Hommes en het Childlight Global Child Safety Institute van de Schotse Universiteit van Edinburgh. Hieruit blijkt dat in Nederland ruim 60 procent van alle kinderporno in Europa wordt opgeslagen.
Aan tafel zaten Sven Stijnman van Terre des Hommes en Ruud Alaerds, directeur van Dutch Cloud Community.
Stijnman legde uit dat het gaat om materiaal waarin seksueel misbruik van kinderen te zien is, foto’s en video’s waarop kinderen worden misbruikt of seksuele handelingen verrichten. De term ‘kinderporno’ wordt bewust niet meer gebruikt, omdat die een verkeerde, vergoelijkende lading heeft: het gaat hier om misbruik, niet om iets wat met lust te maken heeft.
Volgens Stijnman is Nederland een aantrekkelijk land voor hosting vanwege de uitstekende digitale infrastructuur, stabiele energievoorziening en regelgeving die veel toelaat. Dat maakt Nederland een belangrijk internetknooppunt maar daardoor ook een plek waar misbruikmakers hun materiaal kunnen onderbrengen.
Ruud Alaerds bevestigde dit en vulde aan dat binnen de sector al lang bekend is dat Nederland relatief veel host. Hij benadrukte ook dat het overgrote deel van de Nederlandse hostingbedrijven professioneel, gecertificeerd en maatschappelijk verantwoord werkt. De sector faciliteert dit materiaal niet bewust en waar het wordt aangetroffen, wordt het zo snel mogelijk verwijderd. Volgens hem gaat het om een handjevol malafide bedrijven dat verantwoordelijk is voor het gros van de problemen en dat zij niet aangesloten zijn bij de branchevereniging.
Hij legde uit hoe hosting werkt: hostingbedrijven beheren servers waarop websites en applicaties draaien, de “motor” van de digitale economie. In die datacenters worden ruimte en rekenkracht verhuurd aan klanten.
Hij benadrukte ook dat de leden die zijn aangesloten bij Dutch Cloud Community een gedragscode onderschrijven en hanteren die hen verplicht om misbruikmateriaal onmiddellijk offline te halen zodra ze een melding krijgen. Ze werken daarbij samen met de overheid en politie.
Toch lukt het niet om het probleem volledig uit te bannen. Volgens Alaerds komt dat doordat het materiaal voortdurend migreert tussen servers en landen. Zodra iets verwijderd wordt, duikt het elders weer op. De groei van dit soort content is bovendien explosief.
Een belangrijke rol hierin spelen de zogeheten ‘bulletproof hosters’, bedrijven die weigeren mee te werken met politie of toezichthouders en moeilijk aan te pakken zijn. Zij maken gebruik van infrastructuur in Nederland, maar zijn vaak juridisch gevestigd in andere landen, zoals Malta.
Stijnman benadrukte dat Nederland al veel doet om het probleem te bestrijden en dat er goed wordt samengewerkt tussen overheid, politie en brancheorganisaties. Toch vindt hij dat er nog meer internationale coördinatie nodig is, omdat het om een grensoverschrijdend fenomeen gaat: het internet stopt niet bij landsgrenzen, en dus moet ook de aanpak Europees en wereldwijd worden georganiseerd.
Er kwam ook ter sprake dat sinds kort een nieuwe toezichthouder is: de Autoriteit online terroristisch en kinderpornografisch materiaal. Die kan boetes opleggen aan bedrijven die bewust illegaal materiaal hosten. Alaerds wees erop dat deze autoriteit pas een jaar actief is en de tijd moet krijgen om gericht en effectief op te treden tegen de kleine groep criminele bedrijven die dit bewust faciliteren. Volgens hem is dat beter dan de hele sector te bestraffen met zware maatregelen die ook bonafide bedrijven raken; “je moet geen voorhamer gebruiken waar een chirurgisch instrument nodig is.”
Aan het einde van het gesprek kwam de spanningslijn tussen privacy en veiligheid aan bod. Sommigen pleiten ervoor dat hosters meer controle mogen uitoefenen op wat er op hun servers staat, zodat ze sneller misbruik kunnen verwijderen. Alaerds corrigeerde dit: hosters mogen volgens de wet niet de inhoud van klantdata inzien. Dat zou hen veranderen in de “verkeerspolitie van het internet”, iets wat volgens hem niet hun rol is, maar die van de overheid en wetshandhaving. Privacy blijft volgens hem een fundamenteel recht, ook al botst dat in dit geval met de noodzaak om kindermisbruik te bestrijden.
Het gesprek eindigde met de gezamenlijke conclusie dat er in Nederland serieus en actief aan het probleem wordt gewerkt, maar dat internationale samenwerking, gerichte handhaving en snelle verwijdering de enige structurele oplossingen zijn. De Nederlandse hostingsector wil geen deel uitmaken van dit misbruik, maar de strijd tegen online kindermisbruik blijft complex en voortdurend in beweging.
Ten aanzien van de verantwoordelijkheden van onze sector aangaande de bestrijding van online kindermisbruik hebben we recentelijk ook dit artikel geschreven.


